De grote verandering

Door Jeroen Wijngaard

Nieuwe spulletjes, tellertjes en strooien met getallen over wattages en omwentelingen kunnen mij na 20 jaar wielrennen nog steeds niet echt boeien. Ik ben een vrij conservatieve wielrenner. Mijn fiets is van carbon, ik let op de kleintjes qua gewicht en ik wil best investeren in materiaal om lekker vooruit te gaan. Maar bijvoorbeeld schijfremmen ben ik voor mijn gevoel nog lang niet aan toe. Toch was het na 20 jaar op de fiets wel nodig om toch iets van moderne techniek in te gaan zetten. Niet voor de fiets maar voor mezelf.

Vorig jaar reed ik voor het eerst weer eens meer dan 5.000 kilometer. De tropische zomer werd getrotseerd met lange ritten in het gezelschap van vele Lingerenners. Het bijkomende voordeel van corona was wat meer vrije tijd dus ook meer tijd op de fiets. Dat leverde een goede conditie en een stel sterke benen op maar ook een pijnlijke rug en schouder. Mijn linkerflank voelde na een rit van meer dan 100 kilometer aan alsof ik Parijs-Roubaix had gefietst. Op het internet is veel nuttigs en ook een hoop onzin te vinden maar “de rode draad” voor mij leek mijn fietshouding te zijn. Zelfs voor een conservatieve fietser zoals ik was het niet langer te ontkennen dat je ook je fiets professioneel kan (laten) afstellen en daarmee een hoop gezeik kan voorkomen.

De fiets waarop ik mijn openbaring kreeg was inmiddels de derde op rij waarbij ik niet meer serieus naar de afstelling en maatvoering had gekeken. Ergens in 2007 was ik met het timmermansoog van de fietsenmaker op mijn Pinarello gezet. Vervolgens volgde er een Cervelo en een Ridley die ongeveer één op één werden overgezet. Mijn opzichtige De Rosa had vanaf het eerste testrondje het juiste gevoel dus afstellen of andere onderdelen waren niet nodig. Scheelt een hoop werk en tijd als je niet kritisch bent maar blijkbaar kreeg ik toch een keer de rekening in lichamelijke klachten. Het eerste jaar waren er weleens pijntjes maar die trainde ik er zogenaamd uit, in het tweede jaar verzette ik gewoon zelf mijn zadel net zolang tot ik er ook niets meer van snapte. Het derde en memorabele tropenseizoen van 2020 was de druppel. Geen inbussleutel of rek en strekoefening kon er meer tegenop. Er moest iets veranderen.

Ondertussen had ik voor het voormalige Nieuwsblad Geldermalsen en later voor mijn eigen platform de Koetjong een paar keer een artikel geschreven over Quinty Ton. Een 22-jarig wielertalent uit Geldermalsen, die tijdens de afgelopen Amstel Gold Race hartstochtelijk vanaf de eerste kilometers ten aanval trok. Die interviews hield ik natuurlijk vanaf de fiets en zo kwamen ook mijn ongemakken tijdens de ritten ter sprake. Omdat het vrouwenwielrennen nog steeds als het om salarissen gaat op onbegrijpelijke wijze achterloopt bij de professionele mannen moet Quinty naast haar trainingen en wedstrijden nog “gewoon’ werken. Dat doet ze als fysiotherapeut maar ook bij Footconnection in Culemborg dat analyses uitvoert voor sporters op het gebied van schoeisel en fietsafstellingen.

Op een regenachtige woensdagmiddag trok ik dus naar Culemborg met mijn De Rosa om als herboren terug te komen. Enthousiast werd ik door Quinty op mijn fiets gezet, er werd een video gemaakt en ze ging aan de haal met mijn schoenplaatjes die ik er tot op dat moment gewoon zelf al jarenlang lukraak onder schroefden. De klachten aan onderrug en schouder bleken logisch verklaarbaar. Na de analyse ging mijn zadel een millimeter naar voren, mijn stuur gekanteld, remhendels naar binnen gezet. Op de door mij zelf ook bekeken video zag ik hoe mijn enkel een gezellig hupje maakte bij iedere pedaalslag. Er werden opvulstukjes tussen mijn schoenplaatjes gezet, aan de ene kant iets meer dan de andere en weg was het hupje.

Dat techniek dan uiteindelijk ook niet heilig is bleek ook uit de analyse want om de meeste klachten uit mijn schouder te halen moet ik gewoon simpel mijn armen niet te ver strekken. Voortaan (probeer) ik met geknikte elle bogen het kopwerk in groep C of B te gaan doen. Maar ook dat advies kwam van Quinty. De volgende morgen zat ik voor mijn gevoel andersom op de fiets, ik voelde mij weer een jeugdrenner die voor de eerste keer een rondje maakt. Blijkbaar is de juiste fietspositie in het begin wat onwennig of ik was na al die jaren scheefgegroeid. Na enkele kilometers zat ik echter als een koning op de fiets. Maximale trapkracht door die ene millimeter waardoor ik precies de juiste slag mag, geen druk meer op mijn schoenen op de plek waar de plaatjes zitten. Een stemmetje in mijn hoofd: “Geknikte elle bogen…” Een seizoen lang zonder pijnklachten moet het worden, of het zal de pijn van verzuring zijn op een dinsdagavond. En na 20 jaar heb ik door dat er zoiets als innovatie is al zullen jullie bij mij niet snel schijfremmen of elektrisch schakelen zien. Tot op de fiets!

terug naar het blog overzicht

1 gedachte op “De grote verandering

  1. Leuk om te lezen Jeroen, en zo herkenbaar. Drie jaar geleden alweer werd ik perfect op mijn Ridley Fenix SL gezet door Dennis Verwey van Fysioteam ART (één van de clubsponsors). Ik fietste dat jaar meteen een recordafstand met de nieuwe bike.
    Enne, ook bij mij geen noviteiten. Hoewel een fiets zonder ‘waslijnen’ er wel erg aantrekkelijk uit ziet 😉 Dennis heeft nu zijn pasfiets en toebehoren bij Bike Repair, hoe makkelijk is dat 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *